Ik dobber in m’n eentje op een zee van tranen. Geen land in zicht, maar ik moet door. Passanten – hoe lief ook – kunnen me de weg niet wijzen.
Ik dobber in m’n eentje op een zee van tranen. Geen land in zicht, maar ik moet door. Passanten – hoe lief ook – kunnen me de weg niet wijzen.